Hoe ontstaan goede studiekeuzes?

Hoe ontstaan goede keuzes?
Ook een studiekeuze behoort tot het groeiproces van ‘leren kiezen’.

Kiezen is iets wat soms vanzelf gaat. De keuze tussen koffie of thee terwijl je niet van koffie houdt is een gemakkelijke keuze. Soms is de keuze iets lastiger: die blouse of dat T-shirt vandaag? Jas of geen jas aan? De gradaties lopen op: Nu een brommer kopen of doorsparen voor je eerste auto als je straks mag rijden? Wel of niet je verkering uitmaken? Eigenlijk zijn dit allemaal keuzes voor de relatief korte termijn, met soms iets verderstrekkende gevolgen. Op de middelbare school worden de keuzes ‘groter’ en dan die ene lastige keuze: Wat willen we later worden? Wat voor studie gaan we kiezen?
Scholieren ervaren dit bijna altijd als de eerste echte grote, zelfstandige keuze die ze moeten maken.

Maar daar houdt het niet op. Studenten moeten binnen hun studies weer opnieuw keuzes maken. Ze zeggen vrijwel allemaal dat dit haast nog intensiever is dan de studiekeuze. Dan gaat het over hoe we de studie vormgeven, welke vakken moeten we kiezen want wat wil/kan ik er straks mee in een baan. Hoe je een cv opbouwt, welke stage je gaat zoeken, of je wel of niet een deel van je studietijd in het buitenland wil doorbrengen. Wil je een generalist (iemand die van veel dingen iets weet) of wil je liever een specialist worden (iemand die van een bepaalde zaak veel weet)? Hoe weet je dan welke specialisatie het beste bij jou past? Dit zijn de ‘professionele keuzes’. Jongvolwassenen maken natuurlijk ook veel persoonlijke keuzes. Denk alleen maar aan al het gedoe rondom vriendschappen en liefdesrelaties. En dan moeten de echte keuzes -in de ‘echte’ maatschappij- nog komen.

Ouders hebben het beste met hun kind voor, maar waar zit de balans?

Ouders zijn veelal erg zorgzaam, soms te. Ze willen dat het hun kinderen aan niets ontbreekt. Ze moeten studeren, er goed uit zien, sporten, hobby’s beoefenen, op vakanties gaan en vrienden maken. Ouders spannen zich enorm in, willen dat hun kinderen gelukkig zijn/worden en dat ze later op eigen benen kunnen staan. Dit zijn sterke emoties en hoe vind je hierin een balans? Dan komen we gelijk bij de gevarenzone. Voor ze het goed en wel in de gaten hebben, gaan ouders de toekomst van hun kinderen toch een beetje ‘invullen’.

Bij een studiekeuze wordt het toepasselijke begrip NIVEA vaak gebruikt:

  • Niet
  • Invullen
  • Voor
  • Een
  • Ander

Als kinderen nog klein zijn, maken ouders als vanzelfsprekend veel keuzes voor hen. Maar op een bepaald moment is dat voorbij. En zo hoort het ook. Dan staan kinderen op eigen benen en richten zij hun eigen leven in. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Dat moeten ouders leren.

Blijf je (te) lang de keuzes voor je bijna volwassen kind maken, dan leert je kind niet goed hoe je überhaupt keuzes maakt. Want leren kiezen is uiteindelijk ook ‘gewoon’ een vaardigheid.

 

Jij kunt als ouder NIET bepalen hoe je kind gelukkig wordt

Daar komt bij dat je als ouder ook niet kunt en mag bepalen wat je kind leuk en interessant vindt, waar je kind passie voor voelt. Brengt ons weer bij het begrip: NIVEA.

Hoe maken we keuzes?

Wat komt er allemaal kijken bij het maken van keuzes? Over studiekeuze is veel onderzoek gedaan. StudiekeuzeTraining heeft veel ervaring met het voeren van loopbaangesprekken. Er is goed onderzoek naar vragen die je jezelf kunt stellen als je voor grote keuzes staat. Die vragen helpen zicht te krijgen op wie je bent en wat je wilt. Geen makkelijke vragen. Wél vragen die je jezelf je hele leven moet blijven stellen. Bij elke verandering.

  1. Wie ben ik, wat kan ik?
  2. Wat wil ik, wat drijft mij?
  3. Welk soort werk past bij mij?
  4. Wat wil ik worden?
  5. Wie kan mij daarbij helpen?


Waarom moeten kinderen op tijd beginnen met het maken van een studiekeuze?

Ik adviseer ouders de studiekeuzeperiode ook te gebruiken als ‘lessen om te leren kiezen’. Voor een studiekeuze kun je ruim de tijd nemen, eigenlijk de hele periode van de bovenbouw havo-vwo en vanaf vmbo-klas 3. En als ouder kun je nog voorzichtig een beetje meekijken naar wat er gebeurt. Je kunt je kinderen leren wat er allemaal komt kijken bij het maken van keuzes en dat je daar vroeg mee moet beginnen. Helaas is dit vaak niet de praktijk.

Waarom zo vroeg beginnen?

Voor sommige studies moet er een speciale test worden afgelegd, bijvoorbeeld een psychologische test of een rekentoets. Of denk aan studies waarvoor een loting geldt met een deadline. Dan is het jammer als jouw kind dit jaar te laat is. Er zijn ook studies waarvoor je auditie moet doen of een portfolio moet indienen. Veel studierichtingen laten je pas toe als je met goed gevolg door het motivatie-/intakegesprek bent gekomen. Er komt dus bij het maken van een studiekeuze meer kijken dan alleen ‘een’ keuze; dit is slechts een onderdeel van een groter geheel.

Wie kan daarbij helpen? Een studiekeuze maken is oefenen in ‘leren kiezen’

Dan komt de vraag wie daarbij kan helpen, en dat is misschien wel de belangrijkste. Want dit soort levensvragen kun je vaak niet in je eentje oplossen. Logisch en goed dat een jongere dan ook met zijn ouders praat. Die helpen het kind zicht te krijgen op zichzelf. Maar de ouder moet dan de rol van coach aannemen. Niet degene zijn die het wel weet. Want op die manier leert een jongere eigenlijk nog steeds niet. En is het risico van een verkeerde keuze groot. Je kunt belangrijke dingen nou eenmaal niet kiezen voor een ander. En met advies, hoe goed bedoeld ook, moet je voorzichtig zijn. Eigenlijk is de levensles, ‘hoe maak ik goede keuzes’, misschien nog wel belangrijker dan een goede studiekeuze.

Een studiekeuzetraining met hulp van een professional kan heel goed werken omdat het kind dan leert zelf keuzes te maken. Een training spiegelt het kind voor wat de consequenties zijn. Dat wanneer je het een kiest, je het ander vaak niet kiest, terwijl het misschien wel goed bij je past. Helpt bij het maken van een goed profiel (wie ben ik), meet wat de sterke punten zijn en zet dat om in (kern)competenties.
Kerncompetenties zijn heel belangrijk voor alle studies en banen! Kerncompetenties van je eigen kind vaststellen is voor ouders een lastige opgave. Dan is het inzetten van een onafhankelijke expert een goede oplossing.

Alleen als de jongere zijn kerncompetenties goed kent, is hij of zij in staat om tijdens een intake/motivatiegesprek te vertellen waarom die studie zo goed bij hem of haar past. Het gaat om meer dan een onderbuikgevoel. Laat staan bij een sollicitatiegesprek waarbij het tegelijkertijd om de persoonlijkheid gaat en niet alleen of hij of zij de gewenste opleiding bezit. Het gaat om het totaalprofiel. Daarin zitten ook de beroepsinteresses, capaciteiten en werkwaarden (wat vindt het kind/de jongvolwassene straks belangrijk in een baan).

Dat zul je moeten weten anders is de kans groot te belanden bij een organisatie waar je niet gelukkig bent.

Laat een bericht achter